Wat heb ik nu eigenlijk zelf?

Om dit te kunnen beantwoorden is het belangrijk om de pagina over slaapstoornissen door te lezen. Hieruit wordt duidelijk dat er grofweg drie groepen slaapstoornissen zijn: in- en doorslaapstoornissen, stoornissen die gepaard gaan met sterke slaperigheid overdag en stoornissen die samenhangen met allerlei andere gebeurtenissen die zich gedurende de nacht kunnen afspelen.

De groep slaapklachten waar deze site voor bedoeld is zijn de in- en doorslaapstoornissen. Voor de overige klachten is het van belang om u hierover te laten informeren door uw huisarts.

Het slaapdagboek

Om meer zicht te krijgen hoe het slaappatroon er uit ziet, moet hierover eerst informatie verzameld worden. De eenvoudigste manier om dat te doen is het bijhouden van een slaapdagboek. In zo'n dagboek kunt u elke ochtend in het kort noteren hoe u de afgelopen nacht geslapen heeft. De reden om dit op deze manier bij te houden is dat:

Een slaapdagboek kan er als volgt uitzien:

 

1

2

3

4

5

6

7

Tijd in bed

 

 

 

 

 

 

 

Tijd uit bed

 

 

 

 

 

 

 

Inslaapduur

(in minuten)

 

 

 

 

 

 

 

Slaapduur

(afgerond op halve uren)

 

 

 

 

 

 

 

Aantal keren wakker

 

 

 

 

 

 

 

Kwaliteit van de slaap*

 

 

 

 

 

 

 

Gevoel van uitgerustheid overdag*

 

 

 

 

 

 

 

1= zeer slecht 2= slecht 3=redelijk 4=goed 5=zeer goed

Door dit slaapdagboek gedurende minimaal een week bij te houden, kunt u informatie verzamelen op basis waarvan u uw eigen slaappatroon kunt vergelijken met de informatie die elders op deze site over de verschillende slaapstoornissen gegeven wordt.

Een aantal punten zijn hierbij van belang:

Naast de informatie die het slaapdagboek u geeft, kunt u op deze manier de beginsituatie vergelijken met de situatie die ontstaat als u probeert uw slaapgewoonten te veranderen. Daarom is het noodzakelijk om gedurende de hele periode door te gaan met het slaapdagboek.


 © 1999, A. Oosterhuis