Het ABC model van gevoelens


Om meer zicht te krijgen op welke manier je manier van denken gevoelens en gedrag veroorzaakt, kun je de situatie waarin deze ontstaan ontleden in drie stappen.

A: is de situatie. De ervaring of gebeurtenis die het gevoel en gedrag opwekt.
B: is het denken over A, het praten met jezelf.
C: zijn de emotionele (C1) en/of gedragsreacties (C2) op B.

Nemen we hier als voorbeeld het op vakantie gaan, dan is het inpakken van je koffer, de situatie (A). Wanneer je dit wil gaan doen, kom je bij het denken over wat je mee wil nemen: 'handdoeken, drie korte broeken omdat het mooi weer kan zijn, paspoort die zit in mijn sporttas'. Dit is het praten met jezelf (B).
Door het praten met jezelf volgen er een aantal reacties, namelijk de handdoeken, enzovoorts pakken en in de koffer leggen. blij zijn met het mooie weer, het stilstaan op het moment dat je je paspoort mist en het lopen naar je sporttas. Al deze reacties horen bij C.

Schematisch ziet het voorbeeld er als volgt uit:

A (situatie):
koffer inpakken

B (idee):
Handdoeken enz, mooi weer, paspoort, sporttas.

C (reactie):
pakken van handdoeken, enz., blij, stilstaan; pakken van sporttas.

B is het denken, het praten met jezelf, die A, de situatie, met C, je reactie, verbindt.

Praten met jezelf doe je dus bijna elk moment van de dag en kan geen kwaad zolang je dat doet op een redelijke, logische manier, dus met ideeën en gedachten die met de werkelijkheid overeen komen en waarmee je ook je doel mee bereikt. Dit wordt een redelijk idee genoemd.

Het praten met jezelf kan verkeerd gaan als de gedachten onlogisch of absurd zijn en niet met de werkelijkheid overeen komen en waarmee je je doel niet bereikt. We hebben dan met onredelijke ideeën te maken. Deze onredelijke ideeën leiden tot gevoels- en gedragsstoornissen. Een voorbeeld van een onredelijk idee:
Stel dat het vorige voorbeeld over het paspoort als volgt verder gaat. Paspoort ... waar is mijn paspoort? ... o, dat kan alleen mij weer overkomen... wat zal pa weer zeggen... ik deug nergens voor, ik ben een sufferd.

Hier leidt de situatie van het paspoort kwijt zijn tot zelfverwijt, minderwaardigheid en angst voor vader, het onredelijke idee dat ik een sufferd ben, als ik iets niet kan vinden of meer algemeen: Ik stel als mens niets voor, wanneer ik niet bewijs dat ik op elk gebied buitengewoon competent, handig en succesvol ben.

Schematisch ziet het er als volgt uit:

A (situatie):
koffer pakken

B (idee):
handdoeken enz, mooi weer paspoort, kan alléén mij overkomen, zal pa zeggen, ik deug nergens voor.

C (reactie):
pakken van handdoek, enz.; blij, stilstaan; minderwaardigheid, angst voor vader.



 © 2002, Health-Psychology